De lucht boven Turijn kleurt oranje wanneer de winnaar van Milaan-Turijn 2025 juichend over de streep komt. Hoog boven de Superga-heuvel, waar de echo’s van het verleden nooit helemaal verstommen, zit een man die deze wegen beter kent dan wie ook. Fausto Coppi, Il Campionissimo, kijkt toe. Zijn ogen – ooit verzonken in inspanning, nu gevuld met herinnering – volgen de renners van vandaag. Wat vindt hij van de koers? Hoe vergelijkt hij het heden met zijn gloriedagen? We vroegen het de meester zelf.
Interviewer: Signor Coppi, vandaag zagen we hoe Isaac Del Toro als eerste de top van de Superga bereikte. Wat vond u van de koers?
Fausto Coppi: “Milaan-Turijn… ach, deze koers zit in de aderen van het Italiaanse wielrennen. Ik reed hier tweemaal naar de overwinning, in 1946 en 1947. Toen waren de wegen ruwer, de fietsen zwaarder, en de rivaliteit scherper dan het staal van onze spaken. Vandaag zag ik een koers van wachten, rekenen, doseren. In mijn tijd? Daar viel men aan zodra de benen het vroegen. In 1946 vertrok ik op veertig kilometer van de streep, zonder om te kijken, zonder te rekenen. Alleen de wind, het stof en de pijn in de benen hielden me gezelschap. En nu? Nu zie ik wattages en ploegenspel. Begrijp me niet verkeerd, Del Toro was sterk, maar ik vraag me af of hij een Bartali had kunnen lossen op de grindwegen van de Po-vallei.”
Interviewer: Team UAE Emirates controleerde de koers met een uitgekiend plan. Tulett viel aan, Yates hield het tempo hoog, en Del Toro maakte het perfect af. Wat vindt u van deze moderne tactieken?
Fausto Coppi: “Een wielerploeg is een machine geworden, een rekenkamer op wielen. In mijn tijd waren we krijgers, geen schakels in een systeem. UAE reed slim, dat moet ik toegeven. Tulett was de lont, Yates de vuurhaard, Del Toro de vlam. Maar wat ik mis, is het onvoorspelbare. Waar is de man die tegen de logica in aanvalt op 50 kilometer van de streep? Waar is de renner die niet wacht op het perfecte moment, maar het moment creëert? In 1947 wachtte ik niet op berekening; ik vertrouwde op instinct. Ik ging, en wie kon volgen, moest maar zien hoelang hij het volhield.”
Interviewer: Del Toro won met flair, met kracht, maar zou hij in uw tijd ook een kampioen zijn geweest?
Fausto Coppi: “Hij heeft het vuur, dat zie ik. Zijn aanval had iets puurs, iets wat de koers nodig heeft. Maar een renner wordt niet gevormd in een laboratorium, hij wordt gehard door de weg. Ik wil hem zien op een lekke band zonder volgauto, ik wil hem zien met modder op zijn gezicht, zonder een ploegleider die hem vertelt hoeveel watt hij nog mag trappen. Pas dan weten we of hij een kampioen is, of slechts een pion in een spel.”
Interviewer: Een Italiaan wint Milaan-Turijn. Dat moet u goed doen?
Fausto Coppi: “Een Italiaan die wint, dat is zoals een schilder die zijn meesterwerk voltooit. Ik hoop dat Del Toro begrijpt dat een overwinning in Milaan-Turijn slechts een voetnoot is. Pas als je, zoals ik, de wind van de Izoard in je gezicht hebt gevoeld en nog altijd durft aan te vallen, dan mag je jezelf een kampioen noemen. Maar voor nu? Hij mag trots zijn. En ik, ik glimlach, ergens in de schaduw van de wielergeschiedenis.”
Met die woorden trekt Il Campionissimo zich terug in de nevel van de geschiedenis.
De koers zal blijven veranderen, maar zijn geest waakt over elke renner die de moed heeft om niet te rekenen, maar te rijden.